Jan Paul Mioulet

Jan Paul Mioulet

Geboren in 1966, zelfstandig fotograaf sinds 1994, hoofdredacteur van Pf sinds 2010.
Foto: J.P. Mioulet

'Alles draait om het duidelijk maken van wat de waarde is van je werk.'

Jan Paul Mioulet had net een aantal hele goede jaren achter de rug als architectuurfotograaf toen hij werd gevraagd om hoofdredacteur van fototijdschrift (en website) Pf te worden.

'In de architectuur gaat het nog veel slechter dan in de fotografie, maar als ik (architectuur)fotografen zou moeten adviseren dan zou ik zeggen: ga er juist in deze tijd vol voor om je klanten te behouden. Er is wel een enorme slachting aan de gang, maar tegen de tijd dat de economie weer aantrekt moet je zorgen dat je vooraan staat, dat mensen je kennen, dat je de eerste bent bij wie de opdrachten weer binnenkomen.'

Starten en keuzes maken

'Vanaf mijn zesde heb ik eigenlijk altijd twee dingen gedaan: schrijven en fotograferen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik met één van die twee iets moest doen. Tijdens mijn studie Nederlands ben ik uiteindelijk de Fotovakschool in Apeldoorn erbij gaan doen. Na mijn studie ben ik door toeval aan een aantal heel diverse klanten gekomen en ben ik als fotograaf in feite zonder plan begonnen. Ik heb de eerste jaren van alles aangepakt, want er moest wel iedere maand geld binnen komen. Dat betekende dat ik in alles liep te investeren, want ik wilde iedere klus die ik deed ook graag goed doen. Dus had ik én een studio met licht én alles voor op locatie. Ik was eigenlijk alleen maar aan het werken om de fotovakhandel overeind te houden.

Pas de laatste jaren ben ik gaan afbakenen wat ik echt wil doen. De keuze voor architectuur hangt vooral samen met mijn manier van kijken. Ik vind portretten maken ook fantastisch. Maar als ik mensen aan het fotograferen ben, dan zit ik toch altijd meteen naar het lijnenspel in de achtergrond te kijken en dan wil ik dat ook recht in beeld zetten, mooi onthoekt en zo. Dan is de stap om de mensen er uit weg te laten en je helemaal te richten op die gebouwen en interieurs niet meer zo groot. Door me te specialiseren werd ik een betere fotograaf en kreeg ik steeds meer werk, meer opdrachten en meer klanten.'

Samenwerking zoeken

'Wat mij erg heeft geholpen is het lidmaatschap van de DAPh, de Dutch Architectural Photographers, een collectief van architectuurfotografen dat we in 2006 hebben opgericht. Het is een club waarin vertrouwen heel erg belangrijk is. Iedereen gunt elkaar een blik in de keuken. Als je met een offerte zit of iets technisch, dan kun je gewoon je collega's bellen. Er is veel overleg over hoe je dingen het beste kunt aanpakken en daardoor groei je enorm. Er zijn ook een paar mensen afgehaakt, omdat ze het idee hadden dat het ze belemmerde in hun concurrentiepositie. Ik vind dat vrij kortzichtig. Je kunt dan weliswaar op iedere architect acquireren omdat je solo bent, maar tegelijkertijd mis je zoveel kennis die eigenlijk voor het oprapen ligt omdat je collega's het al een keer eerder gedaan hebben. Soms is het gewoon ook handig om even te kunnen sparren. Als je dan naar een klant toegaat, dan weet je dat je een goed verhaal hebt en dat is een enorme meerwaarde. Het is een model wat ik anderen kan aanraden. Je hebt iets vergelijkbaars in de bruidsfotografie, We Love Weddings. Die zijn groter, maar je hebt ook veel meer bruidsfotografen natuurlijk. Die houden ook heel veel contact met elkaar online, helpen elkaar met tips en trucs. Niet alle collega's zijn concurrenten en in principe is de markt voor goede fotografen groot genoeg.'

Ondernemen

'Iedere vakfotograaf is ook een ondernemer. Als je een camera pakt en je wilt er iets mee verdienen, dan onderneem je. Ook de fotograaf die zich met kunstfotografie bezighoudt zal een ondernemer moeten zijn, of met iemand moeten samenwerken die dat is. Je zult fondsen moeten werven, je subsidies binnen moeten halen. Ondernemen betekent niet dat je concessies aan je werk moet doen, maar je zult wel op de een of andere manier met dat werk naar buiten moeten, jezelf moeten promoten, contacten leggen, netwerken, onderhandelen.

Het is daarom jammer dat je op de opleidingen nauwelijks iets over ondernemen meekrijgt. Op de Fotovakschool werd nooit verteld hoe je acquisitie moest doen of hoe je jezelf in de markt zet. Dat kwam niet aan bod. Ik had een universitaire opleiding dus ik hoefde ook geen middenstandsdiploma te overleggen toen ik startte. Dat is raar, want als je academisch geschoold bent, kun je dus klaarblijkelijk ook boekhouden. Ik kan het nu eerlijk gezegd nog steeds niet echt. De mensen die we nu opleiden zijn heel creatief en kunnen prachtig fotograferen, maar niet hun eigen bedrijfje runnen. Studio's met personeel zijn er bijna niet meer, fotoagentschappen met vaste mensen in dienst zijn er niet meer, kranten hebben bijna geen vaste fotografen meer, dus per definitie wordt je nu opgeleid om zzp'er te worden, om je eigen boontjes te doppen als ondernemer. En dat zit nog steeds niet in het curriculum van die opleidingen en dat is zo'n omissie. Het is fijn als je conceptueel kunt denken als je van de academie afkomt, maar nog fijner om er ook iets mee te verdienen.'

Vernieuwing

Bij ondernemen hoort ook vernieuwen, jezelf steeds opnieuw uitvinden. 'Video is bijvoorbeeld steeds belangrijker aan het worden en als fotograaf doe je er goed aan om te kijken wat dit aan je eigen werk zou kunnen toevoegen. Wat niet wil zeggen dat iedere fotograaf per se moet gaan filmen. Een goede foto is nog steeds een op zichzelf staand medium, dat zeggingskracht heeft, dat toegepast kan worden op plekken waar film niet kan.

Fotografie zal natuurlijk blijven bestaan. De schilderkunst is ook niet verdwenen toen de fotografie opkwam. Maar het heeft wel een andere rol gekregen en als fotograaf moet je dus goed kijken of hetgeen je nu met je fotografie doet nog toegevoegde waarde heeft voor je opdrachtgever. Binnen de architectuur zie je dat de rol van CRI (computer rendered images) steeds belangrijker wordt. Dus moet je je als architectuurfotograaf afvragen: wat kan ik maken wat met CRI lastiger is? Denk dan aan een reportageachtige benadering bijvoorbeeld. Eén CRI maken duurt lang. Als fotograaf kan ik in één dag een hele reportage maken van een gebouw. Het gaat erom dat je je onderscheidt. Voor sommige fotografen is het dan misschien handig om er naast te gaan filmen, als je daarmee je product beter in de markt kunt zetten. Maar het hangt af van het soort fotografie dat je doet en het soort opdrachtgevers dat je hebt.'

Verdienmodellen en kwaliteit

Als fotograaf moet je ook goed kijken hoe je in de markt staat. 'Er is een steeds grotere groep mensen die van fotografie een parttime bezigheid heeft gemaakt. Als hoofdredacteur hoor ik daar nu ook bij, maar ik weet niet of dat een goede ontwikkeling is. Je ontwikkelt je veel sneller als je fulltime met fotografie bezig bent. De mensen die ik ken die volop werk hebben, zijn mensen die keihard en heel gedreven voor dat vak gaan. En die draaien goed omdat ze goed werk maken en gepubliceerd worden, maar ook omdat ze de contacten met hun klanten heel goed onderhouden, omdat ze veel netwerken en goed zichtbaar zijn, bijvoorbeeld via sociale media. Daardoor kom je op de shortlist van opdrachtgevers. Hoe minder je werkt, hoe kleiner de kans is dat dat gebeurt.

Als je veel werk hebt gehad en het wordt toch minder dan wordt het tijd om je (verdien)model eens tegen het licht houden: wat doe ik en is dat nog wel van deze tijd? Ligt het aan de prijs, aan het product dat ik lever of aan de service? Dan is het handig als je een aantal collega's hebt waar je je mee kunt vergelijken, zodat je ziet waar het mis gaat. Is de fotografie een beetje belegen of is de website al tien jaar oud? En wat doe ik verder aan promotie van mijzelf? Dat kunnen allemaal factoren zijn.

Waar het uiteindelijk om draait is dat je je altijd zult moeten onderscheiden. Als je enkel uitvoert precies volgens de instructies van je klant, dan ga je lopende band werk afleveren waar weinig creativiteit inzit. Dan loop je het risico dat je puur op prijs moet gaan concurreren met andere fotografen die dat beter kunnen.

Als fotograaf zul je een eigen handschrift moeten hebben, creativiteit moeten toevoegen waardoor je meerwaarde hebt voor die klant. Die ruimte moet je soms een beetje bevechten, zodat je uiteindelijk kunt zeggen: dít krijg je van mij en dat krijg je niet van een andere fotograaf. Want dit is echt iets wat ik voor jou heb gemaakt, een uniek product. Je moet altijd proberen om je eigen handschrift te laten zien in je fotowerk. Het is belangrijk dat je iets maakt waarvoor je klanten bij jou terug blijven komen.'

Waarde en onderhandelen

'Waarde in de fotografie heeft te maken met creativiteit. Hoe unieker je beeld is, hoe meer waarde je aan een foto toevoegt. Maar om die waarde te verzilveren, moet je je werk ook kunnen verkopen. Daar hebben veel fotografen moeite mee, maar tegelijk is het ook gewoon een spel. Je maakt iets moois als fotograaf en daar wil je ook een leuke prijs voor krijgen. Wat je moet doen is je klant duidelijk maken dat jij dus waarde toevoegt aan datgene wat jij voor hem maakt. En hoeveel dat waard is? Dat is het spel tijdens de onderhandeling met je klant.

Onderhandelen is ook weten met welk verhaal je naar je klant toegaat en daar ook achter staan. Op het moment dat je bang bent dat je het werk misloopt, dan is je onderhandelingspositie al buitengewoon zwak. Dan wordt het heel lastig om nog iets van een fatsoenlijke prijs neer te zetten. Maar op het moment dat je naar een klant toe gaat met een goed verhaal en je weet: zo wil ik het doen en anders ben ik misschien niet de fotograaf die jullie zoeken, dan sta je veel sterker. Dat betekent dus ook dat je af en toe iets moet laten schieten, dat hoort er ook bij. Als je een opdrachtgever hebt, die over die laatste 100 euro ook nog valt, dan moet je daar misschien toch maar afscheid van nemen.

Ik maak dat zelf ook wel mee. Dat opdrachtgevers waar je al een aantal jaren voor werkt plotseling denken: we hebben nu een aanbod van iemand die het voor zoveel minder doet, dat gaan we toch eens proberen. Accepteer dat maar, maar hou wel een vinger aan de pols. Want de kans dat die concullega voor de helft van het geld hetzelfde werk levert als jij is – als het goed is – niet zo groot. Het betekent dat ze waarschijnlijk gewoon minder goed werk krijgen, of minder werk en ga dan een paar maanden later nog maar eens informeren hoe ze dat bevallen is.'

Rechten

'Wat je verder ook ziet, is dat op bijna alle gebieden het auteursrecht onder druk staat. In de reclame staan de budgetten onder druk, dus verkopen fotografen steeds meer van hun rechten, en ze krijgen daar tegelijk steeds minder voor betaald. Ook in de fotojournalistiek wordt er steeds minder voor een foto betaald en wil de opdrachtgever de foto vaak ook nog rechtenvrij hebben. Ik denk dan: het kan niet allebei. Je kunt van die lage tarieven niet bestaan, en al helemaal niet als je een foto niet vaker kunt verkopen.

Dat er een enorme erosie in het betalen voor rechten zit op dit moment, heeft natuurlijk met het grote aanbod te maken. Klanten zeggen: waarom zou ik voor een licentie van vijf jaar betalen? Of waarom zou ik de foto alleen maar binnen Nederland mogen gebruiken, als ik hem bij een andere fotograaf kan krijgen zonder restricties? Dat is voor veel fotografen lastig omdat ze weinig kennis van ondernemen en hun eigen rechten hebben en zich nauwelijks gesteund voelen door andere collega's of door verenigingen. Natuurlijk moet je weten wat je rechten zijn als fotograaf. Maar uiteindelijk heeft het ook allemaal te maken met je verhaal. Dat je een klant duidelijk kan maken dat je een faire prijs vraagt voor wat je maakt en het gebruik dat hij van je werk maakt. Dat moet je uit kunnen leggen, want daar zit een logica achter. Alles draait om duidelijk maken wat de waarde is van je werk.'